Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.
2.6 Anders dan de tekst van art. 3:61 lid 2 BW doet vermoeden, behoeft het gerechtvaardigde vertrouwen van de wederpartij niet steeds te berusten op een ‘toedoen’ van de achterman: het toedoenbeginsel is door de jaren heen door de Hoge Raad gerelativeerd en uiteindelijk aangevuld met het risicobeginsel (29). Dit risicobeginsel, voor het eerst als zodanig geformuleerd in het arrest ING/Bera (30), brengt met zich dat voor toerekening van de schijn van volmachtverlening óók plaats kan zijn indien de wederpartij van de achterman gerechtvaardigd heeft vertrouwd op een toereikende volmachtverlening op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de achterman komen en waaruit naar verkeersopvattingen de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 26712 tot 27509.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc | shasum -a 256