Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.

2.7 Ik keer terug naar de onderhavige zaak. Het hof heeft in rov. 3.6 van het bestreden arrest geoordeeld dat door verklaringen/gedragingen van [eisers] bij [verweerders] de schijn van toereikende volmachtverlening is gewekt. Daartoe heeft het hof overwogen dat (i) [eisers] en [verweerders] op 4 juni 2012 per e-mail van de notaris het concept voor de wijziging van de splitsingsakte hebben ontvangen, (ii) dat de ontvangst van deze e-mail door [eisers] voor [verweerders] kenbaar was, (iii) dat in de concept-akte een stemverhouding van 1:1:1 was opgenomen, dat in de mail (iv) partijen werden gevraagd om commentaar en (v) werd vermeld dat de akte vanaf 23 juli 2012 kon worden gewijzigd, (vi) en dat de in de concept-akte opgenomen stemverhouding van 1:1:1 ook was opgenomen in de splitsingsakte van 23 juli 2012.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 28619 tot 29449.