Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Alinea 67 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.

Het hof heeft daarmee kennelijk het stilzitten van [eisers], bestaande uit het nalaten om commentaar te geven op de in de concept-akte opgenomen stemverhouding van 1:1:1, aangemerkt als een verklaring/gedraging in de zin van art. 3:61 lid 2 BW. Door vervolgens in het licht van de omstandigheden van het geval te oordelen dat “[verweerders] op grond van verklaringen/gedragingen van [eisers] en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon aannemen dat een toereikende volmacht wordt verleend." (rov. 3.6), heeft het hof geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. Zoals hiervóór, onder 2.5 besproken, volgt immers uit de rechtspraak van de Hoge Raad dat de schijn van volmachtverlening, afhankelijk van de verdere omstandigheden van het geval, ook door een niet-doen kan worden gewekt (35). De door onderdeel 1 geponeerde stelling dat (het hof miskend heeft dat) de schijn van volmachtverlening niet gegrond kan worden op het enkele feit dat [eisers] geen commentaar heeft geleverd (zuiver ‘niet-doen’) gaat dus, gelet op het hiervóór overwogene, niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 31954 tot 33048.