Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.
2.11 Onderdeel 2 (37) klaagt dat het hof in rov. 3.6 van het bestreden arrest ten onrechte heeft overwogen dat voor het aannemen van de toerekenbare schijn van volmacht bepalend is dat de splitsingsakte van 23 juli 2012 ten overstaan van de notaris tot stand gekomen is. Het onderdeel beroept zich hierbij op HR 24 december 1993. Gewezen wordt op de overweging van de Hoge Raad dat de wederpartij van de achterman zich alleen op de toerekenbare schijn van volmachtverlening kan beroepen wanneer deze schijn is gewekt door één of meer verklaringen of gedragingen van de achterman en hij op grond daarvan heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend. Het onderdeel haalt tevens de daarop volgende overweging van de Hoge Raad aan die erop neerkomt dat de verklaring van een notaris, in een ten overstaan van hem verleden authentieke akte, dat pseudo-vertegenwoordiger tot het verrichten van de handeling gevolmachtigd was, niet als een verklaring of gedraging van de achterman kan worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 35126 tot 36216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc | shasum -a 256