Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.
2.14 Onderdeel 3 (46) richt zich tegen het deel van rov. 3.6 waarin het hof de e-mailwisseling met [betrokkene 2] van 4 en 5 juni 2012 alsmede de e-mails van de notaris van 3 augustus 2011 in zijn oordeel betrekt. Het onderdeel klaagt dat het hof ten onrechte geen doorslaggevende betekenis heeft toegekend aan deze e-mails. ’s Hofs oordeel dat de mails niet afdoen aan zijn oordeel dat [verweerders] redelijkerwijs mochten aannemen dat de in de splitsingsakte van 23 juli 2012 vermelde volmacht was verleend, is onbegrijpelijk in het licht van de e-mails, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 41047 tot 41639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc | shasum -a 256