Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Alinea 81 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.

2.16 Indien en voor zover de rechtsklacht van onderdeel 3 ten betoge strekt dat het hof heeft miskend dat de eis van gerechtvaardigd vertrouwen die besloten ligt in art. 3:61 lid 2 BW een onderzoeksplicht voor de wederpartij van de achterman met zich kan brengen, faalt de klacht. Dat het hof dit wel onder ogen heeft gezien, volgt reeds uit het feit dat het de e-mails, waaruit - gezien hun inhoud - voor [verweerders] een contra-indicatie voor het gerechtvaardigd vertrouwen zou kunnen voortvloeien, in zijn oordeel betrekt en vervolgens overweegt dat de mails niet afdoen aan dat gerechtvaardigd vertrouwen. Een en ander ligt ook besloten in de volgende overweging van het hof:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 42424 tot 43117.