Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:308.
2.17 De motiveringsklacht dient mijns inziens eveneens te falen. Strikt genomen is de reden hiervoor gelegen in het feit dat de motiveringsklacht niet ageert tegen het in rov. 3.6 vervatte oordeel van het hof dat [verweerders] mocht “(a)annemen dat [eisers] [betrokkene 3] kennelijk had gevolmachtigd tot medewerking aan de in de akte opgenomen stemverhouding.”. De klacht bestrijdt alleen het oordeel dat [verweerders] erop mochten vertrouwen dat de in de akte vermelde volmacht ook daadwerkelijk was verleend. Nu het eerstgenoemde oordeel van het hof een zelfstandig dragend oordeel is (zie hiervóór, onder 2.12), kan de motiveringsklacht bij gebrek aan belang niet tot cassatie leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc, en de alinea staat in dat document op bytes 43864 tot 44571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5bdbec7285bb29ca6608bcad4ffc5aa1593085b52ea7fc9ac476ab11d737bddc | shasum -a 256