Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2017

Onder 3.2.3. Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:310.

In verband met dit middel wordt nog het volgende opgemerkt. De omstandigheid dat een rechtspersoon ingevolge artikel 2:19, lid 6, BW, in geval van vereffening ophoudt te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt en eerst herleeft als de vereffening op de voet van artikel 2:23c, lid 1, BW wordt heropend, brengt mee dat de termijn voor het indienen van bezwaar tegen een aanslag die wordt vastgesteld nadat de rechtspersoon is opgehouden te bestaan, eerst een aanvang neemt zodra, nadat die vereffening is heropend, die aanslag aan de vereffenaar is bekend gemaakt. Indien voordat de vereffening is heropend door of namens de voormalige vereffenaar of degene wiens belang rechtstreeks bij de vereffening is betrokken omdat hij een uitkering heeft ontvangen uit hetgeen na de voldoening van de schuldeisers van het vermogen van een ontbonden rechtspersoon was overgebleven, op naam van de ontbonden rechtspersoon tegen die aanslag een bezwaarschrift is ingediend, dient niet-ontvankelijkverklaring van dit bezwaar met overeenkomstige toepassing van artikel 6:10 Awb achterwege te blijven. Die situatie heeft zich in dit geval voorgedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbe3f3e1799fcfbef2d458a760be5f272fb5ef34437c5969b9654afbeb1a9ece. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbe3f3e1799fcfbef2d458a760be5f272fb5ef34437c5969b9654afbeb1a9ece, en de alinea staat in dat document op bytes 89315 tot 90476.