Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2017

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:310.

De aloude vraag of een toetredende vennoot aansprakelijk wordt voor vennootschapsschulden die al bestonden op het tijdstip van zijn toetreding is door de Hoge Raad in het hierboven besproken Carlande-arrest in ieder geval voor de v.o.f. en de c.v. bevestigend beantwoord. Voor de maatschap bestaat evenwel, zoals onder 2 uiteengezet, nog altijd onduidelijkheid. Wat de aansprakelijkheid van de uittredende vennoot betreft kent de wet geen bijzondere regeling, zodat de gewone verjaringsregels van toepassing zijn. Afhankelijk van de verjaringstermijn kan een vennoot die uitgetreden is dan ook nog lange tijd na zijn uittreden worden geconfronteerd met claims die hun grondslag vinden in de periode dat hij vennoot was. Zeker bij duurverbintenissen, zoals die uit arbeids-, huur-, of kredietovereenkomsten, kan dit zwaar drukken: indien de voortzettende vennoten eenzijdig besluiten een vennootschapscrediteur niet te betalen, kan de uitgetreden vennoot door deze crediteur aansprakelijk worden gesteld, terwijl hij geen invloed heeft kunnen uitoefenen op het vennotenbesluit om niet tot betaling over te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbe3f3e1799fcfbef2d458a760be5f272fb5ef34437c5969b9654afbeb1a9ece. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbe3f3e1799fcfbef2d458a760be5f272fb5ef34437c5969b9654afbeb1a9ece, en de alinea staat in dat document op bytes 145427 tot 146550.