Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:311.

2 De wetgever heeft geen specifieke regeling voor de strafrechtelijke gevolgen van de ‘dood’ van een verdachte of veroordeelde rechtspersoon getroffen. Dat past in het algemene beeld dat de wetgever complicaties rond de invoering van art. 51 Sr slechts ten dele onder ogen zag, en ze dan bovendien steevast ter nadere oplossing naar de rechtspraktijk doorschoof (zoals bij vragen over het daderschap van de rechtspersoon en over de positie van de publiekrechtelijke rechtspersoon).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e0fe7dbaea39b263689ac011e0cb689a7c5b1dc935a6951c1c7a755a36cb0db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e0fe7dbaea39b263689ac011e0cb689a7c5b1dc935a6951c1c7a755a36cb0db, en de alinea staat in dat document op bytes 74563 tot 75062.