Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:311.

De Inspecteur heeft voorts gesteld dat in het Besluit impliciet ook de voorwaarde zou zijn gesteld dat de in dat besluit goedgekeurde terugwerkende kracht slechts aan de orde zou zijn indien sprake is van het aangaan van een personenvennootschap op zakelijke gronden. Ter zitting van het Hof heeft de Inspecteur desgevraagd verklaard dat zijn stellingen met betrekking tot het bedrijfspand en de omstandigheid dat belanghebbende “aan alle knoppen zit”, uitsluitend moet worden gezien in het kader van die beweerdelijke impliciete voorwaarde. Het Hof volgt de Inspecteur niet in zijn stelling. Het Hof ziet in de duidelijke tekst van het Besluit niet de aanwezigheid van een dergelijke voorwaarde besloten liggen, naast de voorwaarde dat de terugwerkende kracht niet gericht mag zijn op incidenteel fiscaal voordeel. Zoals hiervoor overwogen, is het Hof met de Rechtbank van oordeel dat van het beogen van een dergelijk incidenteel fiscaal voordeel in het onderhavige geval geen sprake is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e0fe7dbaea39b263689ac011e0cb689a7c5b1dc935a6951c1c7a755a36cb0db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e0fe7dbaea39b263689ac011e0cb689a7c5b1dc935a6951c1c7a755a36cb0db, en de alinea staat in dat document op bytes 118047 tot 119052.