Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017

Onder 3.48 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:311.

Typerend is nu, dat vernietiging en bekrachtiging die plaatsvinden op enig tijdstip ná de rechtshandeling in kwestie, terugwerken tot het moment van de rechtshandeling zelve en deze doen tenietgaan of ontstaan. Wat éérder werd overeengekomen, wordt door latere rechtsfeiten ontkracht of bekrachtigd. En hier ligt het fundamentele verschil met de terugwerkende kracht die door de Hoge Raad voor mogelijk werd gehouden met betrekking tot de maatschapsovereenkomst tussen echtgenoten. Hier komen partijen zelf, bij een rechtshandeling die gericht is op de toekomst, bij beding overeen dat deze zelfde overeenkomst gevolgen zal hebben ook voor het verleden. Dit is een volstrekt vreemde figuur in het overeenkomstenrecht. Overeenkomsten roepen verbintenissen in het leven die bestaan uit een geven, een doen of een nalaten en zijn per definitie gericht op toekomstige prestaties. Een overeenkomst met terugwerkende kracht is een novum en kan eigenlijk niet bestaan, evenmin als naar onze mening partijen zelf terugwerkende kracht kunnen overeenkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e0fe7dbaea39b263689ac011e0cb689a7c5b1dc935a6951c1c7a755a36cb0db. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e0fe7dbaea39b263689ac011e0cb689a7c5b1dc935a6951c1c7a755a36cb0db, en de alinea staat in dat document op bytes 177389 tot 178452.