Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:321.

In de praktijk komen situaties voor waarin het onderscheid tussen duurovereenkomsten voor bepaalde tijd en onbepaalde tijd minder aanspreekt of waarin een overeenkomst van aanvankelijk bepaalde tijd verschuift naar een contract voor onbepaalde tijd. Dit laatste gebeurt dikwijls bij aanvankelijk voor bepaalde tijd gesloten duurovereenkomsten die bij herhaling al dan niet stilzwijgend worden voortgezet door partijen. Naar mate een dergelijke verlenging vaker herhaald wordt, wordt daarmee een contractuele verhouding geschapen, die materieel meer trekken gaat vertonen van een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarbij het recht of de rechter eerder geneigd zal zijn op grond van de redelijkheid en billijkheid in te grijpen bij bijvoorbeeld overeengekomen (maar gelet op de totale duur inmiddels:) te kort geachte opzegtermijnen . Daarbij aansluitend kan meer in het algemeen in de praktijk een contractuele situatie ontstaan die inhoudelijk meer is gaan lijken op een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd, hoewel deze qua vorm misschien is geboetseerd op de mal van een duurovereenkomst voor bepaalde tijd. Dan is het verbintenissenrecht flexibel genoeg om bij die reële materiële inhoud aan te knopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27, en de alinea staat in dat document op bytes 64751 tot 66042.