Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 3.25 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:321.
Een hiervan iets afwijkende visie, die ook leidt tot verwerping van de hier besproken klachten, is deze. Uw Raad heeft al eens geoordeeld dat indien een rechter ingevolge art. 6:248 lid 1 BW bepaalde rechtsgevolgen verbindt aan een overeenkomst op grond van de redelijkheid en billijkheid, hij een bestaande rechtsverhouding vaststelt en er geen “nieuwe rechtstoestand” ontstaat . Voor zover het subonderdeel bedoelt te betogen dat het arrest “als het ware goederenrechtelijke gevolgen” doet ontstaan (hetgeen overigens niet nader door Nanada c.s. wordt toegelicht, zie subonderdeel I.I onder 12 (ii) en de s.t. onder 3.2.6), heeft het dit miskend. Van goederenrechtelijk gevolgen is pas sprake indien Nanada c.s door levering uitvoering geven aan de verplichting tot retro-overdracht van de uitgaverechten , welke contractuele verplichting het hof op grond van art. 6:248 lid 1 BW in de muziekuitgave-overeenkomsten heeft gelezen, dan wel vindt voortvloeien uit de post-contractuele goede trouw.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27, en de alinea staat in dat document op bytes 78029 tot 79243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27 | shasum -a 256