Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Onder 3.28 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:321.
Nanada c.s. betogen in de cassatiedagvaarding niet dat zij in feitelijke instanties hebben gesteld dat partijen de bedoeling hebben gehad dat de overeenkomsten niet-opzegbaar zijn (en aan de stelplicht terzake is voldaan) , maar bepleiten dat de onder 17 en 18 van de cassatiedagvaarding genoemde feiten en omstandigheden tot het oordeel (kunnen) leiden dat partijen een niet opzegbare overeenkomst hebben beoogd. Dit is niet voldoende, nu van degene op wie de stelplicht rust, mag worden verwacht dat hij “zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten” (art. 150 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27, en de alinea staat in dat document op bytes 83564 tot 84269.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27 | shasum -a 256