Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 3.39 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:321.

Mogelijk is in onderdeel III onder 24 nog de klacht te lezen over onbegrijpelijkheid van het niet inacht behoeven te nemen van een opzegtermijn. Ik acht dat niet onbegrijpelijk om de volgende reden. Op zich is vrij algemeen aanvaard dat bij opzegging van een duurovereenkomst (zeker met een zo lange looptijd) een redelijke opzegtermijn in acht moet worden genomen . Het hof leest naar ik meen als het ware een opzegtermijn van 12 maanden in op de volgende wijze. Bij ontvangst van de ontbindingsbrief uit augustus 2010 was voor Nanada c.s. duidelijk dat GE de muziekuitgavecontracten wilde beëindigen. Bij het honoreren van de meer subsidiair aangedragen beëindigingsgrond die in de procedure vervolgens bij CvA onder 73 is aangedragen, te weten beëindiging per augustus 2011, is als het ware een opzegtermijn verdisconteerd van 12 maanden vanaf de ontbindingsbrief en dat wordt door het hof gelet op de duur van de overeenkomsten genoegzaam geacht – een feitelijke oordeel. Dat is wel een constructie, maar zo begrepen komt dit in de redenering van het hof neer op het de facto in acht nemen van een opzegtermijn van 12 maanden door GE. Dat dat voor het hof door de beugel kon, is niet onbegrijpelijk. Ook deze klacht – zo die al voorligt – kan zodoende niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27, en de alinea staat in dat document op bytes 101583 tot 103019.