Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:321.

Onderdeel 4 klaagt dat het oordeel dat [verweerders] niet binnen bekwame tijd zouden hebben geklaagd in de zin van art. 6:89 BW getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, omdat het hof heeft miskend dat voor de vraag of tijdig is geprotesteerd acht moet worden geslagen op alle relevante omstandigheden, waaronder ook (i) de deskundigheid van partijen, (ii) de onderlinge verhouding van partijen, (iii) de aanwezige juridische kennis en (iv) de in de branche levende opvattingen. Voor zover het hof niet zou zijn uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting, is het oordeel onbegrijpelijk gemotiveerd, gelet op de stellingen van [verweerders] dat zij als muziekauteurs in een zwakkere positie verkeren ten opzichte van Nanada c.s als exploitanten/muziekuitgevers en de in de branche lange tijd levende opvatting dat klagen over de nakoming van de exploitatieverplichting van de muziekuitgever geen enkele zin had, welke stellingen het hof niet kenbaar in zijn beoordeling heeft betrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27, en de alinea staat in dat document op bytes 111346 tot 112390.