Citaat | Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 21 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:321.

Ook kan niet worden gezegd dat het hof de in het onderdeel aangehaalde stellingen van [verweerders] ten onrechte niet kenbaar in zijn beoordeling heeft betrokken. De stelling dat “klagen geen zin had” (MvA onder 118 en 119) heeft het hof immers wel kenbaar in zijn oordeel over de klachtplicht betrokken . Voor de in het onderdeel aangehaalde stellingen dat [verweerders] als muziekauteurs in een zwakkere positie verkeren ten opzichte van Nanada c.s als exploitanten/muziekuitgevers geldt verder dat deze niet zijn aangevoerd in het kader van de klachtplicht, waardoor het hof deze stellingen ook niet in zijn motivering van het oordeel dat [verweerders] niet binnen bekwame tijd hebben geklaagd behoefde te betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cd2e4e43aa50517254e0346695aadefd93696743b622136862e30b14ab387b27, en de alinea staat in dat document op bytes 113076 tot 113876.