Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:324.
Tegelijk blijkt uit deze passage dat de vraag naar de gelijkwaardigheid van de straf niet in abstracto kon worden bepaald aan de hand van het aantal dagen vrijheidsstraf die moesten worden vervangen. Het ging om gelijkwaardigheid “in het concrete geval”, hetgeen impliceerde dat de rechter een zekere vrijheid werd gelaten bij de omzetting van de vrijheidsstraf in een aantal uren dienstverlening. In antwoord op vragen van leden van de CDA-fractie in de Eerste Kamer hoe de verhouding tussen enerzijds zes maanden vrijheidsstraf en anderzijds 240 uur dienstverlening moet worden gezien, antwoordden de minister en de staatssecretaris dat zij een lineaire relatie tussen het aantal maanden te vervangen vrijheidsstraf en het aantal uren dienstverlening afwijzen en dat strafoplegging met andere woorden “niet plaatsvindt met behulp van de rekenlineaal”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589, en de alinea staat in dat document op bytes 17526 tot 18464.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589 | shasum -a 256