Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:324.

Bij deze omzetting van de aanvankelijk opgelegde vrijheidsstraf in onbetaalde arbeid behoefde de rechter, anders dan thans het geval is, geen vervangende hechtenis te bepalen. De regeling van de straf van onbetaalde arbeid ten algemene nutte voorzag namelijk niet in vervangende hechtenis. Als de dienstverlening mislukte, kon de rechter die deze straf had opgelegd, op vordering van het OM alsnog de straf opleggen waarvoor de dienstverlening in de plaats was gekomen. Zie daarvoor het toenmalige art. 22g Sr, dat in art. 14g lid 2 Sr van overeenkomstige toepassing was verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589, en de alinea staat in dat document op bytes 19491 tot 20085.