Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Onder 3.8. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:324.

In 2001 werd de wettelijke regeling van de dienstverlening ingrijpend gewijzigd. De onbetaalde arbeid ten algemene nutte maakte plaats voor de taakstraf. Van belang is daarbij dat gebroken werd met de gedachte dat de taakstraf in de plaats diende te komen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Volgens de MvT was de voormalige dienstverlening uitgegroeid “tot een volwaardige afdoeningsvorm die zich qua zwaarte bevindt tussen de geldboete en de vrijheidsstraf”. Het eigen karakter van de taakstraf werd daarbij benadrukt. “Vooral bezien vanuit de doelstelling van het strafrecht van de speciale preventie blijkt de taakstraf een goede sanctie te zijn”. Omdat de taakstraf niet langer in de plaats kwam van een korte vrijheidsstraf, werd ook art. 14g lid 2 Sr gewijzigd. Het artikellid kwam te luiden zoals het thans ook luidt. Een andere wijziging betrof de verplichte gang naar de rechter als de dienstverlening mislukte. Het toenmalige art. 22g Sr verviel. In de plaats daarvan kwam de vervangende hechtenis. Art. 22d lid 3 Sr kwam te luiden zoals het thans ook luidt, met dien verstande dat het maximum van de vervangende hechtenis toen nog acht maanden bedroeg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589, en de alinea staat in dat document op bytes 20194 tot 21641.