Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 3.10. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:324.
Erkend kan dus worden dat de wetgeschiedenis enige steun biedt aan de door de steller van het middel verdedigde opvatting. De vraag is echter hoe zwaar het wetshistorische argument moet wegen. Zoals uit het voorgaande blijkt, maakte de argumentatie van de regering een weinig doordachte indruk. Met de ratio van de wetswijzing is het vasthouden van de equivalentiegedachte in elk geval moeilijk te rijmen. Onder de oude wet, toen de dienstverlening nog was geconstrueerd als een vervanging van de vrijheidsstraf, gold dat die vervanging niet diende te geschieden aan de hand van een abstracte rekenlineaal. Het is irrationeel om de rechter bij de verzelfstandiging van de taakstraf opeens wel te binden aan een vaste omrekenmaatstaf. De verandering van de juridische constructie vraagt eerder om meer dan om minder vrijheid van de rechter. De ‘innerlijke waarde’ van het wetshistorische argument is dan ook dubieus. Tegenover dat wetshistorische argument staan bovendien zoals reeds bleek de tekst van de wet en de systematiek van het wetboek. Die bieden geen steun aan de opvatting dat art. 22d lid 3 Sr richtinggevend is bij de vervanging van een vrijheidsstraf door een taakstraf op de voet van art. 14g lid 2 Sr. Ik meen dat dit het zwaarst moet wegen. In dit verband merk ik nog het volgende op.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589, en de alinea staat in dat document op bytes 28097 tot 29414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589 | shasum -a 256