Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 3.11. Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:324.
Zoals gezegd heeft op grond van art. 61 lid 1 jo. art. 9 Sr te gelden dat een vrijheidsstraf altijd zwaarder is dan een taakstraf. Ik meen dat art. 61 lid 1 Sr op dit punt een hoog realiteitsgehalte heeft. De vrijheidsstraf dient vanwege haar ingrijpende karakter en haar verstrekkende gevolgen ultimum remedium te zijn. Een verdachte die een forse taakstraf krijgt opgelegd, zal doorgaans ook naar zijn eigen subjectieve beleving beter af zijn dan het geval zou zijn als hij een korte gevangenisstraf had gekregen. Juist daarom gaat het niet aan om het omzetten van een vrijheidsstraf in een taakstraf over dezelfde kam te scheren als het omzetten van een taakstraf (of een geldboete) in een vrijheidsstraf. Ik zou dan ook willen verdedigen dat de vervanging van straffen die art. 14g lid 2 Sr mogelijk maakt en de oplegging van vervangende hechtenis verschillende grootheden zijn die door eigen beginselen en uitgangspunten worden beheerst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589, en de alinea staat in dat document op bytes 29485 tot 30440.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e8ff2e24c55e3d71ff8b25cfd360ce64872556308a98d198c4e0279010718589 | shasum -a 256