Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Onder 6.26 Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:330.
In de 3 mei-arresten zag de Hoge Raad in die situatie geen ruimte voor een uitzondering op de hoofdregel. De hoofdregel dat het aandeelhouderschap wordt geacht voort te vloeien uit de geldverstrekking werd daar in het bijzonder bevestigd door feit dat de geldverstrekker minderheidsaandeelhouder was en de meerderheidsaandeelhouders geen leningen verstrekten. Dit betekent echter niet dat in alle gevallen aan deze ‘meerderheidsregel’ moet worden getoetst. Ook in meerderheidssituaties wordt het aandeelhouderschap in beginsel nog steeds geacht voort te vloeien uit de geldlening. Het gegeven dat de beoogde 49%-aandeelhouders geen leningen hebben verstrekt ziet de Hoge Raad in het 28 februari-arrest als een bevestiging dat het aandeelhouderschap van X BV voortvloeit uit de verstrekte geldlening en niet andersom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/312568c80ed3444ebcd2607d89c495417bcb7588a1b0c7bedab3524e547b9b17. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 312568c80ed3444ebcd2607d89c495417bcb7588a1b0c7bedab3524e547b9b17, en de alinea staat in dat document op bytes 134121 tot 134955.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/312568c80ed3444ebcd2607d89c495417bcb7588a1b0c7bedab3524e547b9b17 | shasum -a 256