Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017
Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:341.
De eerste grond is dat hij het griffierecht tijdig heeft voldaan, althans heeft willen voldoen omdat hij, na ontvangst van de hiervoor genoemde nota van het LDCR van 21 januari 2017, op 27 januari 2017 het in de nota genoemde bedrag van € 325,- heeft voldaan . Bij de betaling is, naar later is gebleken, echter abusievelijk het kenmerk vermeld van een eerdere griffierechtnota (met betrekking tot een andere zaak), die reeds op 24 januari 2017 was voldaan. Op 20 februari 2017 heeft de advocaat een aanmaning, gedateerd 16 februari 2017, ontvangen ter zake van het in de onderhavige zaak verschuldigde griffierecht. Na controle is gebleken dat door terugstorting op 3 februari 2017 de verkeerd gekenmerkte betaling op de betaalrekening van het kantoor van de advocaat was geretourneerd, onder vermelding dat de andere nota reeds was voldaan, waarna hij op dezelfde dag (20 februari 2017) het in deze zaak verschuldigde griffierecht (nogmaals) heeft betaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c354023ec57129ba2f318f9ac24d1f03574aedb3ddeb92522cd42449e46a9bd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c354023ec57129ba2f318f9ac24d1f03574aedb3ddeb92522cd42449e46a9bd4, en de alinea staat in dat document op bytes 8404 tot 9442.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c354023ec57129ba2f318f9ac24d1f03574aedb3ddeb92522cd42449e46a9bd4 | shasum -a 256