Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017
Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:341.
“3.3 (…) Door de eerdere betaling van de nota met nummer 003 bestond te dier zake geen verbintenis meer. In cassatie kan ervan worden uitgegaan dat ten tijde van de tweede betaling slechts als schuld openstond het griffierecht ter zake van onderhavig beroep. Derhalve kon artikel 6:43, lid 1, BW geen (overeenkomstige) toepassing vinden. Voorts lag het onder deze omstandigheden zozeer voor de hand dat het door belanghebbende bij haar betaling vermelde notanummer op een vergissing berustte, dat de griffier die betaling redelijkerwijs niet zonder navraag bij belanghebbende te doen als een onverschuldigde betaling had mogen aanmerken, maar deze had moeten aanmerken als bestemd ter delging van de griffierechtschuld in verband met het onderhavige beroep. De betaling moet derhalve worden toegerekend aan de onderhavige griffierechtschuld. Het middel is in zoverre gegrond. (…)”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c354023ec57129ba2f318f9ac24d1f03574aedb3ddeb92522cd42449e46a9bd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c354023ec57129ba2f318f9ac24d1f03574aedb3ddeb92522cd42449e46a9bd4, en de alinea staat in dat document op bytes 11474 tot 12375.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c354023ec57129ba2f318f9ac24d1f03574aedb3ddeb92522cd42449e46a9bd4 | shasum -a 256