Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017

Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:341.

Dat het verschuldigde griffierecht in deze zaak niet tijdig is betaald, is in de eerste plaats het gevolg van het vermelden van een onjuist kenmerk (te weten het kenmerk van een griffierechtnota in een andere zaak, die enkele dagen eerder reeds was voldaan), hetgeen vervolgens heeft geleid tot terugstorting van de betaling op de rekening van de advocaat. Mijns inziens springt het in de hiervoor in de rechtspraak genoemde uitgangspunt – de bij de (cassatie)advocaat aanwezige deskundigheid en kennis ten aanzien van de procedure – in dit specifieke geval in mindere mate in het oog. De omstandigheid dat bij de betaling een onjuist kenmerk wordt vermeld, kan ook niet zonder meer worden voorkomen door de financiële administratie anders of beter in te richten. Mijns inziens ontbreekt in de gegeven omstandigheden dan ook een dwingende reden om de niet-tijdige betaling van het griffierecht [verzoekster] aan te rekenen . Daarbij neem ik ook in aanmerking dat de sanctie van niet-ontvankelijkverklaring bij niet-tijdige betaling van griffierecht is bedoeld als prikkel tot naleving van voorschriften die vooral de strekking hebben het incassorisico van de Staat te beperken en dat het LDCR in het onderhavige geval aan het ontstaan van dit risico heeft bijgedragen door de hiervoor bedoelde terugstorting van de betaling op de rekening van de advocaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c354023ec57129ba2f318f9ac24d1f03574aedb3ddeb92522cd42449e46a9bd4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c354023ec57129ba2f318f9ac24d1f03574aedb3ddeb92522cd42449e46a9bd4, en de alinea staat in dat document op bytes 18608 tot 20044.