Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017

Onder 4.7. Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:352.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, is de Afdeling van oordeel dat de verdedigingsmogelijkheden van [wederpartij] ontoelaatbaar zijn ondermijnd en dat het in artikel 6 van het EVRM neergelegde ondervragingsrecht is geschonden. Onder de gegeven omstandigheden rustte op de minister de inspanningsverplichting om het voor [wederpartij], die om de namen van de betrokkenen had gevraagd, mogelijk te maken om gebruik te maken van haar ondervragingsrecht. De rechtbank heeft terecht, zij het op andere gronden, geoordeeld dat het hoofdzakelijk op het relaas van bevindingen gebaseerde boeterapport niet als grondslag kan dienen voor de conclusie dat [wederpartij] artikel 20, eerste lid, van de DHW heeft overtreden. De op dat rapport gebaseerde boete kan derhalve geen stand houden. Aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak wordt niet meer toegekomen. De door de minister in hoger beroep naar voren gebrachte gronden behoeven derhalve geen nadere bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b141973cea9a96f9bb930d2d6d8b1cc5d9624cf912f740de8946d542fd65abf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b141973cea9a96f9bb930d2d6d8b1cc5d9624cf912f740de8946d542fd65abf0, en de alinea staat in dat document op bytes 113163 tot 114142.