Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017

Onder 5.24 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:352.

De getuige is verplicht vóór de aanvang van het verhoor aan de rechter zijn naam, voornamen, leeftijd, beroep, woon- of verblijfplaats, en zijn relatie tot de partij voor wie hij als getuige optreedt, kenbaar te maken (art. 8:33 lid 3 Awb, jo. art. 177 lid 1 Rv). Een goede procesorde eist, dat de rechter de namen en woonplaatsen van getuigen vóór getuigenverhoor aan partijen mededeelt (art. 8:46 lid 2 Awb).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b141973cea9a96f9bb930d2d6d8b1cc5d9624cf912f740de8946d542fd65abf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b141973cea9a96f9bb930d2d6d8b1cc5d9624cf912f740de8946d542fd65abf0, en de alinea staat in dat document op bytes 130490 tot 130917.