Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:352.

Daarmee heeft de wetgever - terecht - de mogelijkheid geopend vermelding van naam en adres achterwege te laten ( ‘zoveel mogelijk’ ). Daarbij komt dat de rechtsbescherming van [X] ernstig tekort zou worden gedaan indien de namen en adressen van de getuigen - op voorhand - met de Inspecteur zouden worden gedeeld. Gelet op het (vergrijp)boeterisico kunnen de getuigen als 'bedreigde' getuige worden aangemerkt. In dat geval moet de openbaarmaking van namen en adressen wijken voor het rechtsbeschermingsbelang van belanghebbende en het belang bij geheimhouding voor de getuige van diens gegevens. Dat [X] niet gehouden is reeds op voorhand namen en adressen van getuigen mede te delen (aan het Hof en daarmee aan de Inspecteur) kan ook, naar analogie, worden afgeleid uit het overzichtsarrest dat de strafkamer van uw College heeft gewezen op 1 juli 2014 (nr. 13/00445, ECLI:NL:HR:2014:1496).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b141973cea9a96f9bb930d2d6d8b1cc5d9624cf912f740de8946d542fd65abf0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b141973cea9a96f9bb930d2d6d8b1cc5d9624cf912f740de8946d542fd65abf0, en de alinea staat in dat document op bytes 43109 tot 44051.