Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017
Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:353.
Het Hof oordeelt in rechtsoverweging 7.7. dat de verzuimboetes zijn opgelegd, omdat de belasting die op aangifte behoorde te worden afgedragen niet, gedeeltelijk niet, dan wel niet binnen de in de belastingwet gestelde termijn is voldaan. Volgens het Hof is met gebleken dat sprake is van afwezigheid van alle schuld, zodat de verzuimboetes terecht zouden zijn opgelegd. Het opleggen van een verzuimboete dient echter niet alleen achterwege te blijven ingeval van afwezigheid van alle schuld, maar ook wanneer sprake is van een pleitbaar standpunt (vgl. par. 4 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst). In haar hoger beroepschrift heeft belanghebbende gemotiveerd betoogd dat haar geen enkel verwijt treft. Daarmee heeft zij (mede) willen aangeven dat het door haar ingenomen standpunt ten aanzien van de aanspraak op afdrachtvermindering onderwijs pleitbaar was. Deze essentiële stelling is door het Hof echter onbesproken gelaten, zodat het oordeel ten aanzien van de opgelegde verzuimboetes niet in stand kan blijven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fec5462a7170e400579eba8da6e57035c9f642aba3412ba75ffea691cbd3eeb2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fec5462a7170e400579eba8da6e57035c9f642aba3412ba75ffea691cbd3eeb2, en de alinea staat in dat document op bytes 48880 tot 49918.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fec5462a7170e400579eba8da6e57035c9f642aba3412ba75ffea691cbd3eeb2 | shasum -a 256