Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017
Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:355.
Het woningbegrip heeft in de loop der tijd in de praktijk en de jurisprudentie inhoud gekregen. Tot de woningen behoren die onroerende zaken die in hoofdzaak dienen tot woning. Hieronder vallen dus niet alleen objecten die volledig worden gebruikt als woning, maar ook objecten waarin naast het woongedeelte ook een gedeelte als niet-woning (bedrijfsmatig, zoals een praktijkruimte, of anderszins) wordt gebruikt. Indien dat gebruik ten opzichte van het woongedeelte van het object van bescheiden omvang is, wordt het object geheel aangemerkt als woning. Ook recreatiewoningen en objecten met onzelfstandige eenheden waarbij de woonfunctie overheerst, zoals bij studenten- of bejaardenwoningen, vallen onder het begrip woning. Woningen in aanbouw of leegstaande objecten met een woonbestemming kwalificeren eveneens als woning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155, en de alinea staat in dat document op bytes 69484 tot 70324.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155 | shasum -a 256