Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017
Onder 1.12 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:355.
De Rechtbank is, voor zover thans in cassatie van belang, ‘gelet op de (…) feiten en omstandigheden, van oordeel dat de twee objecten niet moeten worden aangemerkt als een samenstel’, als bedoeld in artikel 16, aanhef, en onder d, van de Wet WOZ. Daartoe heeft de Rechtbank redengevend geacht: ‘de objecten [liggen] op een afstand van (minstens) 500 meter van elkaar. De woning is gelegen in de kern van het dorp [Z] , terwijl het perceel grond is gelegen in het buitengebied. De [b-straat 1] ligt in het verlengde van de [a-straat 1] . Om van de woning bij het perceel grond te komen passeert men (in ieder geval) vier zijstraten. Zoals eisers zelf ook erkennen, horen de objecten op het oog niet zonder meer bij elkaar. De onroerende zaken hebben geen voor een ieder waarneembare uiterlijke kenmerken die erop duiden dat zij één geheel vormen. Er zijn geen beletselen om de objecten los van elkaar te verkopen. Ook anderszins bestaat er, behoudens het eigenaarschap van en het gebruik door eisers, geen relatie tussen beide objecten.’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155, en de alinea staat in dat document op bytes 18085 tot 19146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155 | shasum -a 256