Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017

Onder 5.4.4. Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:355.

Alsdan dient voor de toepassing van art. 16, aanhef en onderdeel d, Wet WOZ doorslaggevende betekenis te worden toegekend aan de omstandigheid dat de appartementen bestemd waren om na voltooiing te dienen voor bewoning door de onderscheidenlijke eigenaren, boven de omstandigheid dat de appartementen op 1 januari 1997 bij belanghebbende in gebruik waren in het kader van de (tijdelijke situatie van) bouw. Het hof neemt daarbij in aanmerking dat de kennelijke bedoeling van de wetgever is geweest met de bepaling van art. 16, aanhef en letter d, Wet WOZ een praktische regel in het leven te roepen voor gevallen waarin eigendommen naar maatschappelijke opvatting bij elkaar behoren en daardoor het aantal beschikkingen en aanslagen te beperken. Deze doelstelling wordt gediend door meteen na de splitsing in appartementsrechten even zovele onroerende zaken in de zin van art. 16 Wet WOZ te onderscheiden als er appartementen zijn die zijn bestemd voor gebruik als afzonderlijk geheel. Immers, de toepassing van de samenstelbepaling zou in dergelijke gevallen voor één jaar of enkele jaren het aantal beschikkingen en aanslagen mogelijk terugdringen, maar daartegenover van verweerder vergen dat hij zich telkenmale op de hoogte stelt van de feitelijke situatie met betrekking tot de vordering van de bouw en/of de verkoop van de appartementen teneinde beschikkingen en aanslagen daaraan aan te passen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155, en de alinea staat in dat document op bytes 115369 tot 116786.