Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017
Onder 4.30 Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:355.
Als de vertrekken van moeder en zoon afsluitbaar zijn, zal vervolgens moeten worden beoordeeld of deze voldoende voorzieningen bevatten om een duurzaam verblijf mogelijk te maken. In deze casus zal daarbij de beschikking over een eigen badkamer een rol spelen. Deze bevindt zich volgens Rb. Utrecht niet binnen de woonruimte, maar op de eerste verdieping. Ook hebben moeder en zoon daarvan niet het exclusieve gebruiksrecht (belanghebbendes stelling hierover is bij de rechtbank in ieder geval niet door de gemeente tegengesproken). Maar of dit laatste in een studentenhuis met hospita alles bepalend is, staat voor mij op voorhand nog niet vast. In navolging van HR 16 november 2007, nr. 40 606, LJN AZ8976, Belastingblad 2008, p. 13, is het immers denkbaar dat een eigen badkamer in het domein van een hospita in een studentenhuis als het onderhavige, niet zo essentieel is dat het ontbreken ervan noopt tot de beslissing dat dit domein niet als zelfstandig gedeelte is aan te merken. Van den Ban
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155, en de alinea staat in dat document op bytes 120790 tot 121801.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9f10addb6fdb8d8c2488eb700ab40060190c68e27ca03458fa340bd605fb155 | shasum -a 256