Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Alinea 126 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.
28. De Eegaleaseprocedure heeft op de voet van art. 3:316 BW stuitende werking, die in beginsel voor onbepaalde tijd doorloopt, tenzij zich één van de in art. 3:316 BW bedoelde gevallen voordoet (zie bij 3.1-3.2). Uit [A]/Dexia blijkt dat het in art. 3:316 lid 2, eerste zin, BW bedoelde geval zich voordoet: de Eegaleaseprocedure is geëindigd op andere wijze dan door toewijzing van de vorderingen. Dit betekent dat in ieder geval binnen de zesmaandentermijn – ongeacht wanneer die aanvangt – een nieuwe eis moet worden ingesteld dan wel een daarmee op één lijn te stellen handeling moet worden verricht. Gebeurt dat niet, dan komt de ‘voorwaardelijke’ stuitende werking van de dagvaarding in de Eegaleaseprocedure te vervallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 61538 tot 62357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce | shasum -a 256