Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Alinea 131 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.
32. Art. 7:907 lid 5 (oud) BW heeft wel praktische betekenis indien het WCAM-verzoek van 18 november 2005 wordt aangemerkt als een ‘nieuwe eis’ in de zin van art. 3:316 BW dan wel − gebruik makend van de in [A]/Dexia geboden aanvulling − een daarmee op één lijn te stellen handeling. Dan ‘redt’ de indiening van het WCAM-verzoek de ‘voorwaardelijke’ stuitende werking krachtens art. 3:316 BW van de Eegaleaseprocedure. Het is dan niet nodig te bezien of individuele belanghebbenden binnen de zesmaandentermijn de vernietigingsmogelijkheid hebben benut. Praktisch gesproken, betekent dit dat voor de vernietigingsmogelijkheid van een individuele belanghebbende krachtens art. 7:907 lid 5 (oud) in verbinding met art. 3:52 lid 1 onder d BW nog een verjaringstermijn van drie jaren loopt vanaf de datum van diens ‘opt-out’-verklaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 64795 tot 65661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce | shasum -a 256