Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Alinea 132 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.

33. Hof Arnhem-Leeuwarden 1 november 2016, ECLI:GHARL:2016:8774, laat in het midden of het WCAM-verzoek de stuitende werking van art. 3:316 BW behoudt. Enerzijds suggereert het hof dat indiening van het WCAM-verzoek binnen zes maanden na het royement van de Eegaleaseprocedure een relevante omstandigheid is (ook al is de royement volgens zijn arrest niet bepalend voor de ingang van de zesmaandentermijn). Anderzijds laat het hof in het midden of na de uitspraak op het WCAM-verzoek een termijn van zes maanden (art. 3:316 lid 2 BW) dan wel een termijn van drie jaar (art. 7:907 lid 5 (oud) BW) geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 65681 tot 66297.