Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 34.2 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.

Een rechtspersoon als bedoel in art. 3:305a BW kan collectief individuele rechtsvorderingen stuiten op de voet van art. 3:317 lid 1 BW (zie het arrest VEB NCVB/Deloitte) of op de voet van art. 3:316 BW door het instellen van een collectieve actie. Leidt die actie niet tot toewijzing van de vordering, dan kan zij worden opgevolgd door een daarop aansluitende individuele actie en die individuele actie mag zijn het buitengerechtelijke equivalent van een eis in rechte tot vernietiging ([A]/Dexia). Uit art. 3:316 BW volgt dat een rechtspersoon als bedoeld in art. 3:305a BW de stuitende werking van een collectieve actie die niet tot toewijzing leidt ook kan stuiten door een nieuwe collectieve actie die wel tot toewijzing leidt. Een ‘gezamenlijk’ WCAM-verzoek bevindt zich ergens tussen de collectieve en de individuele stuiting. Dit aspect lijkt mij het minst problematisch.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 66955 tot 67850.