Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 34.4 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.
Indien het WCAM-verzoek wordt aangemerkt als het equivalent van een ‘nieuwe eis’ in de zin van art. 3:316 lid 2 BW, dan kan worden aangenomen dat deze door het hof Amsterdam is toegewezen zodat daarmee aan de vereisten van deze bepaling is voldaan. Dat de indiening van het WCAM-verzoek op 8 november 2005 plaatsvindt binnen de zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW is evident indien ervan wordt uitgegaan dat deze termijn aanving op 23 juni of 25 augustus 2005. Het lijkt mij echter niet bezwaarlijk om het verzoek ook als ‘tijdig’ (en niet als ‘prematuur’) te beschouwen als ervan wordt uitgegaan dat die termijn aanving op 25 januari 2007. Dat dit niet bezwaarlijk is, ligt al besloten in de feiten van het geval [A]/Dexia, waarin de vernietigingsverklaring werd uitgebracht voorafgaand aan de schikking van 23 juni 2005.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 69872 tot 70789.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce | shasum -a 256