Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.

Het voorgaande voert tot de slotsom dat de bevoegdheid van [echtgenote] tot vernietiging van de effectenleaseovereenkomsten is gestuit en gestuit gebleven vanaf de datum van de dagvaarding waarbij de collectieve actie werd ingesteld en tenminste totdat de collectieve schikking zijn beslag kreeg, dat wil zeggen de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam waarbij deze algemeen verbindend werd verklaard, onaantastbaar werd. Of daarna een termijn geldt van zes maanden, zoals in art. 3:316 lid 2 BW bepaald, of een termijn van drie jaar, zoals de kantonrechter heeft aangenomen, kan in het midden blijven. Vast staat immers dat [echtgenote] geruime tijd voordien en wel op 15 februari 2006 de vernietiging van de overeenkomsten heeft ingeroepen. Nu op dat moment haar bevoegdheid daartoe niet was verjaard, heeft deze vernietiging effect gesorteerd. Grief drie faalt.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 29527 tot 30410.