Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Onder 11.2 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.

Deze redenering berust, als ik het goed zie, op vier pijlers. In de eerste plaats wordt beredeneerd dat uit het arrest [A]/Dexia volgt dat in de Hoofdovereenkomst geen afstand is gedaan van de stuitende werking van de Eegaleaseprocedure. In de tweede plaats wordt beredeneerd dat partijen met het royement van de Eegaleaseprocedure niet zozeer beoogd hebben om het tussen hen bestaande geschil te beëindigen, maar ervoor hebben gekozen om de geschilbeslechting op andere wijze voort te zetten. Daarom volgt uit [A]/Dexia dat de zesmaandentermijn van art. 3:316 lid 2 BW in ieder geval niet aanving voordat uitspraak werd gedaan in de WCAM-procedure. In de derde plaats wordt met de overweging dat het WCAM-verzoek is gedaan binnen zes maanden na het royement van de Eegaleaseprocedure een verband gelegd met het instellen van een nieuwe eis in de zin van art. 3:316 lid 2 BW. In de vierde plaats wordt gewezen op art. 7:907 lid 5 (oud) BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 30490 tot 31443.