Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.

15. Vervolgens moet voor de toepassing van art. 3:316 lid 2 BW worden bezien op welk moment de stuitende werking van de Eegaleaseprocedure is geëindigd. Dat de procedure als zodanig is geëindigd door de schikking en/of het royement wil in dit geval mijns inziens niet automatisch zeggen dat de stuitende werking ervan eveneens op dat moment is geëindigd, nu de procedure door de collectieve schikking ook heeft geleid tot het WCAM-verzoek. Denkbaar is dat de schikking die besloten ligt in de Hoofdovereenkomst meebrengt dat met het oog op het WCAM-verzoek de stuitende werking van de Eegaleaseprocedure is behouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 34927 tot 35560.