Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Onder 21.1 Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:358.
“Indien aan de rechter het verzoek wordt voorgelegd om een overeenkomst verbindend te verklaren, heeft het voor de personen ten behoeve van wie de overeenkomst is gesloten geen zin een rechtsvordering tot vergoeding van schade in te stellen. Een dergelijke procedure kan namelijk tijdens de behandeling van het verzoek worden geschorst (vergelijk artikel 1015 Rv.). Overigens valt te verwachten dat veel van deze personen in afwachting van het verzoek ook los hiervan zullen afzien van het instellen van een rechtsvordering. Uiteraard dient daarbij wel te worden voorkomen dat gedurende de behandeling van het verzoek de rechtsvordering tot vergoeding van hun schade verjaart. Lid 5 bepaalt daarom dat het verzoek de verjaring stuit. Uiteraard heeft dit alleen gevolgen voor rechtsvorderingen die nog niet zijn verjaard.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce, en de alinea staat in dat document op bytes 44195 tot 45033.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a95c8594fc98c0a6bd2291c21dd03da6c350627fc18d1dd1852ac4e4cd9b2ce | shasum -a 256