Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 april 2017

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 20 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:372.

In HR 15 januari 2016, nr. 15/00350, NTFR 2016/648 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de werknemer geen volledige opleiding hoeft te volgen om in aanmerking te komen voor de WVA. Wel moet de beroepspraktijkvorming als onderdeel van de beroepsbegeleidende leerweg worden gevolgd. Verder heeft de Hoge Raad geoordeeld dat op het inhoudingstijdstip een door partijen ondertekende schriftelijke overeenkomst aanwezig moet zijn. In Rechtbank Den Haag 19 april 2016, nr. 15/7259, NTFR 2016/1697 is geoordeeld dat de bewijslast voor het recht op de WVA bij belanghebbende ligt. Dus mocht het in deze zaak zo zijn dat de werkgever niet over de benodigde schriftelijke stukken beschikt, dan is het oordeel van het hof qua uitkomst begrijpelijk; de werkgever heeft immers niet aan zijn bewijslast voldaan. Het hof lijkt daarnaast echter een ruimere bevoegdheid aan de Belastingdienst te geven om te beoordelen of sprake is van een kwalificerende BBL. Ten aanzien van dat punt zou belanghebbende in cassatie mogelijk nog kans van slagen hebben.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4708d3e7e63753af380e43972723df5a2aeee4a12f069eca10f06c17d883381. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4708d3e7e63753af380e43972723df5a2aeee4a12f069eca10f06c17d883381, en de alinea staat in dat document op bytes 40593 tot 41638.