Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017

Onder 6.12 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:373.

Ambtshalve merk ik het volgende op. In HR BNB 2012/22 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat in het geval waarin tegen een ingevolge de belastingwet genomen besluit geen beroep op de belastingrechter is opengesteld, de adressaat van dat besluit een vermeende schending van het Unierecht aan de orde kan stellen bij de burgerlijke rechter (actie uit onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 van het BW). Het is dan aan die rechter de door het Unierecht vereiste graad van rechtsbescherming te waarborgen. Nu de intrekking van een btw-nummer een ingevolge de belastingwet genomen besluit is dat noch een belastingaanslag, noch een voor bezwaar vatbare beschikking is of als zodanig wordt beschouwd, is de Rechtbank als bestuursrechter onbevoegd van het beroep kennis te nemen (zie punten 5.4 tot en met 5.6 van deze conclusie) en moet een vordering worden ingesteld bij de burgerlijke rechter. Een adressaat van een besluit tot intrekking van een btw-nummer heeft derhalve, ondanks het gesloten systeem van rechtsmiddelen, te allen tijde een voorziening in rechte tot zijn beschikking waarin hij dat besluit aan de orde kan stellen. De bestuursrechter heeft dit in vereenvoudigde behandeling onderkend en belanghebbende in punt 2.7 op de onjuiste forumkeuze gewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1, en de alinea staat in dat document op bytes 55525 tot 57030.