Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017

Onder 1.8 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:373.

Mocht belanghebbende ter zake van het onderhavige geschil een civiele vordering instellen, dan dient de burgerlijke rechter te onderzoeken of de Inspecteur een geldige reden had het btw-nummer van belanghebbende in te trekken. Een geldige reden kan zijn dat belanghebbende niet de hoedanigheid van belastingplichtige heeft. Uit de rechtspraak van het HvJ volgt dat de Belastingdienst van een belanghebbende mag verlangen dat hij aan de hand van objectieve gegevens aantoont dat hij economische activiteiten verricht die aanleiding geven tot belastbare handelingen dan wel dat hij voornemens is dergelijke activiteiten te verrichten. Wellicht heeft de Inspecteur om dergelijke gegevens verzocht en is belanghebbende niet in staat geweest de gevraagde gegevens te verstrekken. Alsdan heeft de Inspecteur het onderhavige btw-nummer terecht ingetrokken. Indien de Inspecteur het btw-nummer heeft ingetrokken omdat hij zich op het standpunt stelt dat sprake is van fraude, zal hij aan de hand van objectieve gegevens moeten kunnen aantonen dat ernstige aanwijzingen bestaan die het vermoeden doen rijzen dat het toegekende btw-nummer zal worden gebruikt voor fraude. Indien hij niet in die bewijslast slaagt, heeft de Inspecteur het btw-nummer ten onrechte ingetrokken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1, en de alinea staat in dat document op bytes 16069 tot 17346.