Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017
Onder 4.15 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:373.
Ter zake van het tweede cassatiemiddel van belanghebbende wijst de Staatssecretaris erop dat artikel 214 van de Btw-richtlijn de lidstaten niet verplicht eenieder te identificeren, maar slechts belastingplichtigen die voldoen aan lid 1, onder a, b of c van artikel 214 van de Btw-richtlijn. Een direct beroep op artikel 214 door een individuele belanghebbende teneinde aftrek van voorbelasting te verkrijgen is volgens de Staatssecretaris niet mogelijk. Een belastingplichtige kan zijn recht op aftrek wel via artikel 31 van de Wet OB effectueren (zie punt 4.10).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1, en de alinea staat in dat document op bytes 31642 tot 32252.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1 | shasum -a 256