Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017

Onder 5.13 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:373.

28. Om na te gaan of het gelijkwaardigheidsbeginsel is geëerbiedigd in de zaak in het hoofdgeding, moet de nationale rechter, die als enige rechtstreeks bekend is met de procedurevoorschriften voor vorderingen inzake arbeidsrecht, zowel het voorwerp als de voornaamste kenmerken onderzoeken van vorderingen op basis van nationaal recht waarvan wordt gesteld dat het vergelijkbare vorderingen zijn (zie reeds aangehaalde arresten Levez, punt 43; Preston e.a., punt 56, en Pontin, punt 45).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1, en de alinea staat in dat document op bytes 43100 tot 43602.