Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017

Onder 5.16 Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:373.

Wellicht ten overvloede merk ik het volgende op. Uit het procesdossier kan niet worden afgeleid of belanghebbende conform artikel 31 Wet OB een teruggaafverzoek heeft ingediend. De fatale termijn voor het doen van een teruggaafverzoek over het jaar 2015 en de jaren daarvoor is inmiddels verstreken. Mocht belanghebbende geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om via artikel 31 Wet OB de aan hem in rekening gebrachte btw terug te vragen, dan is het volgende van belang. Het verzoek om een uitnodiging tot het doen van aangifte is niet aan een fatale termijn gebonden. In theorie zou belanghebbende derhalve ter zake van die jaren alsnog een verzoek om een uitnodiging tot het doen van aangifte kunnen doen. De aangifte die belanghebbende, ervan uitgaande dat hem naar aanleiding van zijn verzoek inderdaad een aangiftebrief wordt toegezonden, na ontvangst van de aangiftebrief zou kunnen indienen is dan in beginsel echter wel te laat .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d3e23ee8edb7fca7fd4177cbc628746a3d1b9c7ba4921b8e56adce61b3b5fe1, en de alinea staat in dat document op bytes 46362 tot 47448.